Terugblikken 24 Gesprekken over Goethe?

“Gesprekken over Goethe?” is in 1988 geschreven door Frans Strijards in opdracht van Toneelgroep Amsterdam. Strijards regisseerde het zelf en zijn gezelschap Art& Pro coproduceerde met de opdrachtgever.

Personages: een psychiater, een behandelend geneesheer en hun patient. In hun jeugd waren ze bevriend. De psychiater en de geneesheer reconstrueren het leven van de patient om erachter te komen wat de patient ertoe heeft gebracht uit het leven te stappen. De patient speelt ‘zijn rol’ in de door hen opgeroepen scenes. Alle mogelijke inzichten vanuit de psycho-analyse komen voorbij, gezet in vaak humorvolle scenes: een moeilijke jeugd met gescheiden ouders, het drankmisbruik in de familie, een hem fatale genialiteit, zijn fantasie in combinatie met zijn leugenachtigheid en de mislukking van zijn kunstenaar (schilder)schap. Het proces van  ontrafeling van het leven van hun patient/ jeugdvriend veroorzaakt vooral gevoelens van ontreddering en verlies in hun eigen leven.

 Het stuk vraagt om een niet exact te benoemen ruimte zodat alle spelmomenten, die van de ene locatie in de andere overgaan en schakelen tussen heden en verleden, geloofwaardig een plek kunnen krijgen.

Zo ontstond het ‘ruimteconcept’. Alle verschillende elementen vonden een plaats: de opvallend groene vloer als basis en kader voor het ‘veldwerkspel’, de gebogen design tafel die zowel aan een talk-show als aan een dokterskamer refereert met drie kantoorstoelen daarachter, een beetje fout design dressoir met geluidsinstallatie wanneer we ons even in ‘een huiskamer’  bevinden en er een band moet worden afgeluisterd of een plaat opgezet. Daarbij drie hoog in de lucht opgetilde monochroom geschilderde vlakken: blauw, geel en rood op zwarte poten, waartegen een aantal schilderijen leunt, dat mogelijk het atelier of een nog in te richten tentoonstellingsruimte in herinnering brengt.

Die schilderijen staan met hun achterkant naar het publiek. Ze worden op een bepaald moment omgedraaid en dan met een uitgebreide tekst beschreven door één van de artsen, die zichzelf verwijt dat hij de destructieve waanzin van de vriend niet heeft zien aankomen.

 Om te weten in welke stijl de schilderijen geschilderd moesten worden heb ik een paar stijlen geprobeerd die binnen mijn vermogen lagen. Als zeer abstracte kleurvlakken, als geabstraheerde beelden en (nauwgezet de tekst volgend) expressionistische beelden. Deze vormen zijn uitgeprobeerd in de repetities. Uiteindelijk werkte de expressionistische stijl het beste. Naar goed ‘inlevings’gebruik dompelde ik me in de teksten onder om niet alleen de woorden van de tekst, maar ook de emotie/woede waarmee deze zogenaamde kunstenaar te werk ging tot verbeelding te brengen.

Op het decoratelier van toneelgroep Amsterdam ben ik aan het werk gegaan, met verf en verdikkingsmiddel, kwasten en paletmes om de expressionistische stijl geloofwaardig op afstand te verwezenlijken. Woede maakt snel. Binnen een uur of drie stond het er op. De ‘jongens van het decor’ (ik liep er elf jaar eerder stage gedurende een half jaar) vonden dat vooral erg leuk. Van die schilderijen zelf is na afloop van de productie nooit meer iets teruggevonden. (Er werd gefluisterd dat ze te mooi gevonden werden om weg te kwijnen in een opslag en nu in diverse huiskamers aan een muur hangen. Iets wat wel meer decorschilderijen overkomt.) Gelukkig heb ik er polaroids van gemaakt, zodat ik er hier nog wat van kan laten zien. De tekst waarnaar de schilderijen geconcipieerd zijn staat sterk ingekort onder de foto’s.

 Als Frans Strijards zijn eigen stukken regisseerde en begon met repeteren, waren die stukken bijna nooit helemaal afgeschreven. Hij repeteerde ze als het ware ‘op weg naar het einde’. Dat betekende ook vaak dat het decor niet helemaal van tevoren bedacht kon worden.

In dit geval moest er op het laatst een sloteffect komen. Ik was veel bij de repetities uit interesse, maar ook om snel in te kunnen spelen op de laatste beslissingen. En Strijards stelde dat soort beslissingen altijd zo lang mogelijk uit.

Het sloteffect moest definitief duidelijk maken dat de patient dood was. Dat dit verhaal dus over een dode ging. Je denkt al gauw aan een foto op een kast, maar wat zegt dat op een toneel? Video? In die tijd een veel te dure en omslachtige techniek voor dit soort kleinere producties. Uiteindelijk kwamen we uit op een foto van de patient. Levensgroot. De maat van deze foto bepaalde uiteindelijk de maatvoering van alle primair geschilderde vlakken die tot dan toe nog wat intuïtief en decoratief rechtsachter op het toneel stonden. Van het gele hangende vlak maakte ik een soort guillotine. De hele voorstelling lang hing die foto achter dat gele vlak en het werkte als volgt: na zijn laatste tekst gaat de patient af, loopt onder het gele vlak door en op dat moment valt die foto met een klap messcherp naar beneden.

En dan drong het pas echt tot je door, dat je naar een necrologie had zitten kijken.

 In deze productie speelden Han Kerckhoffs, Gijs de Lange en Bavo Galema. De productie is ook nog op tournee in Duitsland geweest. In hetzelfde décor speelden drie jaar later Han Kerckhoffs, Wim vd Grijn en Paul Hoes de voorstelling in het Duits (Geschpräche über G.) in vertaling van Monica The.

 Bij de tekeningen:

In dat jaar kocht ik mijn eerste computer. Het is te zien aan de technische tekeningen voor het decor, die tekende ik met het programma Macdraw. Alles waar ik tijd voor had is keurig uitgewerkt. Het sloteffect dat uiteindelijk terecht kwam in de zwevende kleurvlakken op poten kwam niet verder dan een snelle schets. Overigens even effectief.